Voorlopige cijfers 2004
SOA nemen opnieuw toe.
Het aantal gevallen van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) is, na een
korte stabilisatie, in 2004 opnieuw toegenomen. Vorig jaar zijn binnen het
SOA-peilstation bijna 50.000 nieuwe SOA-consulten geregistreerd, een toename
van 17% ten opzichte van 2003.
Het aantal gevallen van chlamydia (4783 diagnoses in 2004) is met 28% toegenomen, gonorroe (n=1723) met 23%, vroege syfilis (n=647) met 27% en nieuwe HIV-diagnoses (n=240) met 68%. De vergelijking met vorig jaar laat een forse toename zien, met verschillen per SOA voor de afzonderlijke subgroepen. Bijvoorbeeld, bij vrouwen stijgt chlamydia (n=2303) met 38%, bij heteroseksuele mannen (n=1743) met 24% en bij homo- en biseksuele mannen (n=720) met 11%. Daarentegen komt vroege syfilis het meest voor bij de homo- en biseksuele mannen (n=499) met een toename van 24%.
Deze trends moeten nog verder worden uitgezocht en de voorlopige resultaten dienen met voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd. De toename van SOA past in de trend van de afgelopen jaren, ondanks dat in 2003 een voorzichtige stabilisatie werd geconstateerd. De gegevens zijn moeilijk te interpreteren doordat het surveillancesysteem in 2003 is veranderd waardoor een trendbreuk in de cijfers ontstaat. Mogelijk is er ook sprake van onderrapportage bij de start van het nieuwe systeem. Deze stijging kan mogelijk toegeschreven worden aan een onderrapportage in 2003 waardoor de toename in 2004 extra opvalt, een actiever testbeleid waardoor meer SOA worden gevonden, of een werkelijke toename van SOA.
Sinds 2003 is de surveillance van SOA in Nederland gebaseerd op de registratie van nieuwe consulten voor SOA en HIV binnen het SOA-peilstation van 5 drempelvrije SOA-polikinieken en 9 GGD'en. Vanaf 1 april 2003 gebeurt de registratie in SOAP, een internetapplicatie. Een nieuw consult wordt geregistreerd indien er sprake is van klinisch of diagnostisch onderzoek bij een patiënt die met een nieuwe SOA-hulpvraag en/of HIV-testverzoek de instelling bezoekt. Binnen SOAP worden behalve leeftijd, geslacht, 4 cijfers postcode en bevolkingsgroep ook gegevens uit de seksuele anamnese geregistreerd: reden van bezoek, eerdere SOA in anamnese, prostitutiebezoek/ werk, drugsgebruik, seksuele voorkeur, eerdere HIV-test en uitslag. Daarnaast wordt bij elke nieuwe consult ook het uitgevoerde laboratoriumonderzoek en de diagnose geregistreerd.

Figuur: Aantal gevallen van chlamydia en gonorroe (linker Y-as in kolommen)
en syfilis en HIV-infectie (rechter Y-as in lijnen).
Bron: 2000-2002: SOA-registratie en GG&GD Amsterdam; 2003-2004 SOA-peilstation.
Epidemie van LGV onder homoseksuele mannen
In 2004 is de epidemie van Lymphogranuloma venereum (LGV) onder - overwegend
HIV-positieve - mannen die seks hebben met mannen (MSM) geconstateerd. Het
betreft anale infecties met Chlamydia trachomatis serovar L2 die ernstige
ulceratieve proctitis met purulente afscheiding en obstipatie veroorzaken.
Onbeschermd anaal contact wordt gerapporteerd, evenals veel anonieme contacten
in binnen- en buitenland. Door het RIVM is in april 2004 een geïntensiveerde
surveillance van LGV gestart.
In Nederland waren op 1 januari 2005 136 bevestigde gevallen van LGV gemeld:
in 2002/2003 zijn 65 gevallen retrospectief bevestigd en in 2004 71 gevallen;
het merendeel is afkomstig uit Amsterdam.
Inmiddels zijn ook gevallen gerapporteerd uit Frankrijk, Engeland, Duitsland,
Zweden, België, Spanje en de VS. De LGV-epidemie lijkt zich langzaam
te verspreiden en het is moeilijk in te schatten of de LGV in Nederland over
zijn hoogtepunt heen is. Continue alertheid op deze ziekte blijft geboden.
Voorlopige conclusies
Het aantal gevallen van SOA neemt weer verder toe in 2004. Dit zou erop kunnen
wijzen dat de korte stabilisatie in 2003 een gevolg was van de implementatie
van het nieuwe surveillancesysteem maar dat weten we niet zeker. De toename
treedt op bij de 4 SOA en bij heteroseksuele mannen als vrouwen als MSM. De
LGV-epidemie in Nederland lijkt zich langzaam te verspreiden. Continue alertheid
op deze ziekte blijft geboden.
De toename van SOA in de afgelopen 5 jaren duidt o.a. op toename in onveilig seksueel gedrag, toename van onbeschermde (anale) seks onder homomannen maar ook op een actiever testbeleid waardoor meer SOA worden gevonden. Deze stijging in het aantal SOA is verontrustend omdat HIV gemakkelijker wordt overgedragen bij aanwezigheid van andere SOA. Het is van groot belang om de HIV-epidemie in Nederland goed in degaten te houden.
Namens:
Deelnemers van het SOA peilstation: SOA-polikliniek GG&GD Amsterdam, H
Fennema; SOA-polikliniek Erasmus MC Rotterdam, B Thio; SOA-polikliniek UMC
Utrecht, V Sigurdsson; SOA-polikliniek MC Haaglanden, A Notowicz; SOA-polikliniek
Leyenburg, A Stouthamer; GGD-en Noord Nederland, F de Groot; GGD Regio Nijmegen,
J van Baars; GGD Noord-Kennemerland, B Hoendermis; GGD Arnhem-Ede, S Feenstra;
GGD Hart voor Brabant, M Croughs; GG&GD Utrecht, C Schout; GGD Zuidelijk
Zuid-Limburg, M Smit; GGD Twente, M Besselse; GGD Oostelijk Zuid-Limburg en
GGD Westelijke Mijnstreek, C Hoebe. RIVM: M. de Boer en F. Koedijk. M.J.W.
van de Laar, RIVM projectleider SOA, HIV, hepatitis
Voor verdere cijfers en informatie kijk op de website: www.soahiv.nl